Een camera moet aanpassingsmogelijkheden bieden voor alle instellingen en de meest uiteenlopende situaties. Met een groot aantal functies voor beeldcontrole kan het Olympus E-System aan ieders wensen worden aangepast.


Scherpte en contrast
ISO
Ruisbeheer
Kleuraanpassingen
Witbalans
Belichtingscontrole
Scherpte en contrast

De scherpte kan worden ingesteld op High en Low: High is de beste instelling voor opnamen die moeten worden afgedrukt. Low zorgt voor fraaiere contouren en is ideaal wanneer u de afbeeldingen op en computer wilt bekijken en/of bewerken.
Nadere aanpassingen kunnen worden gemaakt met de contrastaanpassingsinstelling.
Top
ISO

U kunt de ISO-waarde handmatig instellen op 100, 200, 400, 800 en 1600 (afhankelijk van het cameramodel) en bij de E-3 zelfs op 3200.
Top
Ruisbeheer

Ruis is altijd een probleem bij digitale fotografie. Olympus biedt verschillende oplossingen om ruis zoveel mogelijk tegen te gaan.

Ruisreductie

Ruis met een vast patroon is de ruis die altijd bij dezelfde pixels optreedt bij opnamen met een lange belichting. Deze vorm van ruis kan voor een groot deel worden bestreden met de ruisreductiemodus.

Dit werkt als volgt: er worden twee opnamen gemaakt - één gewone opname, en één met dezelfde belichtingsinstelling maar met een gesloten sluiter. De ruis die in de donkere opname wordt geconstateerd, wordt vervolgens verwijderd uit de echte opname.

Bij de rechterafbeelding was de ruisreductie ingeschakeld.

 

Ruisfilter


Ruis kan ook optreden in willekeurige patronen, bijvoorbeeld wanneer er wordt gefotografeerd met een hoge ISO-waarde, en in de donkere delen van een opname. Door de beeldinformatie goed te analyseren en te verwerken, helpt de ruisverminderingsfunctie een deel van deze ruis te verwijderen en worden de contouren van de objecten op de foto een stuk fraaier. De voordelen zijn met name zichtbaar in delen met een lager contrast, zoals een blauwe lucht of de huis van een persoon.

Hieronder ziet u enkel voorbeelden van opnamen met en zonder ruisfilter.

Top
Kleuraanpassingen

Het Olympus E-System bevat een aantal functies waarmee de kleuren van een opname kunnen worden aangepast voordat de opname ook daadwerkelijk wordt gemaakt. De kleurruimte helpt bij het optimaliseren van de foto's voor gebruik met bepaalde producten, zoals printers en beeldschermen. Met de kleurverzadigingsinstelling kunnen de kleurtonen op elk gewenst moment worden aangepast.

Kleurruimte

Er zijn twee kleurruimte-instellingen. sRGB zorgt ervoor dat opnamen worden opgeslagen met een standaard kleurbereik dat wordt gebruikt door het Windows-besturingssysteem en de meeste ink-jet-systemen. Bij offsetafdrukken kan gebruik worden gemaakt van Adobe RGB dat dit kleurenspectrum ondersteunt en daardoor ideaal is voor dit soort toepassingen.

Kleurverzadiging

Er zijn verschillende aanpassingsmogelijkheden beschikbaar voor het geval u al op locatie wilt experimenteren met speciale effecten en u geen computer bij de hand hebt. U kunt kiezen uit vijf niveaus voor de algemene kleurverzadiging.

Top
Witbalans

Het E-System biedt een reeks uiterst precieze witbalansinstellingen die u in staat stellen foto's te maken bij zeer uiteenlopende lichtomstandigheden.

Voorgedefinieerde witbalansinstellingen

Behalve de automatische instelling kun u verschillende witbalansinstellingen selecteren, uiteenlopend van 3000K tot 7500K. Ook is het mogelijk om de instelling handmatig aan te passen.

Auto-bracketing – de beste opname

De camera maakt één opname en slaat deze op als drie verschillende bestanden, elk met een iets andere witbalansinstelling. U kunt kiezen uit stappen van 5, 10 of 15 mired. De bracketingfunctie stelt u in staat om uiteindelijk de beste opname te kiezen.

'One-touch' kalibratie

Voor een witbalans die nog preciezer is dan de voorgedefinieerde instellingen, kunt u gebruikmaken van de 'one-touch' optie. Deze is gevoelig voor temperaturen van 2000K tot 10.000K, en de instelling kan in het geheugen worden opgeslagen.

Compensatie

Een precieze afstemming is mogelijk met de functie voor witbalanscompensatie. U kunt de instelling van de camera verhogen of verlagen met max. 14 mired in stappen van 2 mired, wanneer u gekozen hebt voor de automatische witbalans of een van de voorgedefinieerde instellingen.

Top
Belichtingscontrole

Om zeker te zijn van fraaie gebalanceerde opnamen onder vrijwel alle omstandigheden kunt u gebruikmaken van een hele reeks belichtingsinstellingen en aanpassingsmogelijkheden.

Belichtingsfuncties

Er zijn vier belichtingsfuncties: Automatisch programma, diafragmavoorkeuze, sluitertijdvoorkeuze en een handmatige instelling. Bij het automatische programma kiest de camera automatisch op basis van een aantal meetgegevens de optimale diafragmawaarde en sluitertijd. Hierbij zijn verschuivingen mogelijk.

De meeste E-System-camera's beschikken daarnaast over een aantal speciale scèneprogramma's waarbij automatisch bepaalde instellingen worden gekozen. Als u een van deze programma's kiest, vindt u op de LCD nadere instructies.

Meetmethoden

Digitale ESP-belichtingsmeting

De camera meet de lichtniveaus en berekent de verschillen tussen de verschillende delen van het kader; zowel in het midden als aan de randen. Deze methode wordt aanbevolen voor de meeste standaardsituaties maar kan bijvoorbeeld ook prima worden gebruikt voor situaties waarbij sprake is van tegenlicht.

Centraal gewogen gemiddelde-meting

In tegenstelling tot bij de digitale ESP-meting wordt er bij de centraal gewogen gemiddelde-meting meer nadruk gelegd op de metingen in het midden van het kader. Hier geeft ca. 6% in het midden van het totale beeld de meeste belichtingsinformatie. Tegelijkertijd wordt een aantal metingen uitgevoerd aan de randen van het beeld om tot een gemiddelde te komen. Deze methode wordt aanbevolen wanneer u niet wilt dat de belichtingswaarde wordt beïnvloed door de achtergrond.

Spot-meting

Met metingen in ca. 2% in het midden van het kader is deze methode ideaal wanneer u een bepaald element in de opname wilt uitlichten. Bij de E-500 beschikt u ook over metingen in de over- en onderbelichte delen, wat zorgt voor een nog grotere precisie.

AEL-vergrendelingsknop

De belichtingsinstellingen en AF-instellingen kunnen worden vastgezet met één druk op de AEL-knop. Vervolgens kan men eenvoudig opnieuw het kader van de opname bepalen.

Belichtingscompensatie

In sommige situaties is het resultaat mooier wanneer de belichtingswaarden handmatig worden bijgesteld. De belichtingsinstellingen en belichtingscompensatie kunnen worden aangepast in stappen van 1/3, 1/2 of 1 EV tot een maximum van +/- 5 EV. Deze aanpassing blijft actief voor achtereenvolgende opnamen.

Belichtingsbracketing

Bij gebruik van de bracketingfunctie maakt de camera meerdere opnamen met verschillende belichtingswaarden. In situaties waar het lastig is om de juiste belichting vast te stellen, geeft de bracketingfunctie u de mogelijkheid om meerdere opnamen te maken en vervolgens het beste resultaat te kiezen. Het is mogelijk om achtereenvolgens 3 of 5 repeterende opnamen te maken, maar de opnamen kunnen ook handmatig worden gemaakt. Dit is bijvoorbeeld ideaal wanneer de voorwerpen snel bewegen, maar niet voortdurend. Denk hierbij aan marathonlopers.

De bracketingfunctie kan worden gebruikt bij alle belichtingsfuncties. Bij de automatische belichting worden de diafragmawaarde en sluitertijd gewijzigd. Bij de diafragmavoorkeuze en sluitertijdvoorkeuze worden de voorgedefinieerde waarden gehandhaafd en worden alleen de tegenwaarden gewijzigd. Bij de handmatige modus wordt uitgegaan van de diafragmawaarde zodat de sluitertijd eventueel wordt aangepast.

Bereik

Dankzij het grote bereik kunnen ook onder donkere omstandigheden nauwkeurige lichtmetingen worden uitgevoerd. De ESP-meting en de centraal gewogen gemiddelde-meting werken bij lichtniveaus tussen de 1 EV en 20 EV.

Top
Meer informatie over deze camerahuizen?
Meer informatie over deze objectieven?
Bekijk onze fotogallerij!
Lees meer over topfotografen.